Menu

Geen relance zonder duurzaam kompas

15 mei Geen relance zonder duurzaam kompas

De schokgolf die de coronacrisis veroorzaakt in onze economie is een opportuniteit om de wereld in de toekomst anders vorm te geven. Open Vld-fractieleider in het Vlaams Parlement Willem-Frederik Schiltz ziet duurzaamheid als leidend kompas in het relancetraject.

Er is licht aan het einde van de tunnel. Het einde van de lockdown lijkt stilaan in zicht. Langzaam maar zeker sleept onze economie zich terug op gang. Stap voor stap krijgt ons leven opnieuw een schijn van normaliteit. Na lange weken in ons kot stellen we ons de vraag hoe het leven met en na het corona-virus eruit zal zien. We geraken gewend aan de anderhalvemetermaatschappij, koortsachtig op zoek naar het verlossende vaccin. Eens we een gevaccineerde groepsimmuniteit hebben opgebouwd kunnen we terug ons ding doen. Toch? Maar wat dan?

Het adagium Never waste a good crisis hebben we de afgelopen maanden zo vaak gehoord dat het onze oren uitkomt. Toch is die gedachte vandaag bijzonder relevant. Want in een crisis zitten we zeker. Onze ganse maatschappij, wereldwijd, krijgt een schokgolf van formaat te verduren. Sommige structuren blijken voldoende stabiel, anderen bleven maar wankel overeind, en nog anderen stortten in. Terwijl we de schade opmeten en ons voorbereiden op de naschokken is het cruciaal dat we ook nadenken over hoe we op de ruïnes van gisteren duurzame structuren bouwen die bestand zijn tegen de schokken van morgen.

System Reboot

Neem onze economie. In de globale just-in-time economie bleken heel wat sectoren slecht bestand tegen de schok. De productie van o.a. medisch beschermingsmateriaal kwam al heel snel in het gedrang, wat doembeelden van economisch nationalisme, staatsautarkie en protectionisme meteen de kop deed opsteken.

Personenvervoer, de auto-industrie, toerisme, de evenementensector, de horeca, en nog zovele
andere sectoren kregen rake klappen en zullen jaren nodig hebben om te herstellen en opnieuw op het niveau van 2019 te geraken. Over de diepte en de duur van de nakende recessie zijn economen het nog niet eens, maar dat onze economie en daarmee ook onze welvaart zal krimpen staat vrijwel in steen gegrift. We mogen ervan uitgaan dat één op de vijf werknemers niet zal terugkeren naar zijn oude job en dat tal van bedrijven de crisis niet zullen overleven.

Het is dus een illusie te denken dat we ons domweg uit de economische crisis kunnen consumeren. Sommigen geloven dat als we maar snel genoeg terug naar business as usual gaan, we voldoende economische groei kunnen creëren om een redelijk aantal bedrijven overeind te houden, een redelijk aantal jobs te behouden, en een redelijk welvaartsniveau te bewaren.

Een redelijk aantal is niet genoeg

Vergeet bovendien niet dat de overheidssteun die momenteel grote delen van de economie stut niet oneindig is. Hoewel de gelddrukpersen momenteel roodgloeiend staan en overheden zich in
duizelingwekkende schulden steken, is het onmogelijk iedereen te behoeden voor economische malaise, en moet die rekening ooit worden betaald.

Een geslaagde economische relance zal behalve financiële steun op korte termijn en groei door
consumptie op middellange termijn vooral een systeemshift op lange termijn vereisen, een shift die voldoende meerwaarde oplevert om genoeg welvaart te creëren en om schulden af te betalen. Want anders schuiven we de rekening en de echte impact van de crisis simpelweg door naar onze kinderen. Die systeemshift zet duurzaamheid best centraal.

Duurzaamheid, dat wil zeggen: genoeg, voor altijd, en voor iedereen. Dat lijkt eenvoudiger gezegd dan gedaan. Vertaal je dat naar de maatschappij, dan kom je al snel de drie P’s tegen: prosperity, people, planet. Slechts door die drie in de juiste verhouding ten opzichte van elkaar te zetten, kunnen we een systeem bouwen dat bestand is voor de toekomst. Duurzaamheid is geen wet. Het is een principe dat evolueert en steeds opnieuw geijkt wordt door breed maatschappelijk debat. Want hoewel er
wetenschappelijke grenzen in vervat zitten, zullen we het eens moeten worden over welke normen we
erbij gaan hanteren.

Duurzaamheid is het kompas dat ons uit de crisis kan loodsen. Het behoedt ons om op de volgende klip te pletter te slaan: het klimaat.

Want hoewel de economische impact van de huidige crisis zich somber aftekent, dreigen de
economische kosten van een niet-duurzame economie vele malen groter te worden. Een
doorgedreven duurzame systeemshift levert daarentegen aanzienlijke winst op. Steeds meer economen en slimme koppen zien dat er een uitweg kan zijn die verschillende individuele en maatschappelijke belangen verzoent. Scherp gesteld: je kan geen sociaal paradijs bouwen op een economisch kerkhof, maar je kan al helemaal geen sociaaleconomisch walhalla wensen dat stikt in slechte lucht, van de planeet wordt gevaagd door vloedgolven en intussen op leven en dood vecht voor de laatste restjes grondstof.

Een van de pijlers van een duurzame shift is het principe van ‘de vervuiler betaalt’. Door externe kosten te internaliseren, betaalt de vervuiler en worden duurzame of properdere alternatieven competitiever. Op korte termijn kan de duurzame transitie als voorwaarde worden gesteld voor financiële steun vanuit de overheid, zoals verscheidene landen dat al doen met noodlijdende vliegmaatschappijen.

Het hertekenen van de fiscaliteit is de logische volgende stap. Enerzijds om die externe kosten in rekening te brengen, anderzijds om de lasten op arbeid te verlagen. Want werken levert welvaart op en we willen niet belasten wat goed is. Bovendien is goedkoper werken essentieel om meer mensen competitief aan de slag te krijgen én om een klimaatvriendelijke, lees circulaire, economie uit te tekenen. Daarvoor hebben we een nieuw sociaal contract nodig dat grote fiscale en andere hervormingen toetst aan een rechtvaardige verdeling van lasten, lusten en vooruitzichten.

Als wij in onze hoek van de wereld het voortouw nemen en een circulair en duurzaam economisch model uitbouwen dat veel minder afhankelijk is van de import van grondstoffen uit conflictgebieden of schaarse grondstoffen tout court, dan kunnen we onze economie een stevige dosis nieuwe zuurstof geven en tegelijk bijdragen tot een beter klimaat én een hoop kosten in de toekomst besparen. Dan weten we dat we niet alleen onszelf verbeteren, maar ook een betere wereld klaarzetten voor onze kinderen.

We hebben geen jaren meer te verspillen. We hebben onszelf het doel gesteld om tegen 2050 de omslag naar een zero emissie economie gemaakt te hebben, willen we de impact van klimaatverandering kunnen beheersen.

In onze hoek van de wereld hebben we de mensen, de middelen en de kennis om die broodnodige
transitie in te zetten. Wij kunnen, samen met de rest van Europa, aan de wereld tonen dat het kan. We kunnen en moeten tonen dat een relancetraject met duurzaamheid als kompas onze economie op koers zet naar meer en robuustere welvaart. Het momentum is er, meer dan ooit. The time is now.