fbpx
Menu

Van A(alst) tot Z(agreb)…

27 feb Van A(alst) tot Z(agreb)…

Over Aalst Carnaval en de karikaturale afbeelding van Joden hebben we de afgelopen dagen veel meningen gelezen en gehoord. Vandaag komt er nog een schroeiende uitvergroting bij: in een dorpje in Kroatië wordt zoals op veel plaatsen een pop verbrand, wat het ‘verbranden’ van de frustraties van de gemeenschap moet belichamen. Een jaarlijks louteringsritueel dus. Dat het dorp er dit jaar voor koos om poppen te verbranden die een homokoppel voorstellen is daarbij bijzonder verontrustend.
Vaak worden de schouders opgehaald. ‘Het is maar om te lachen’, ‘Dat is toch vrijheid van meningsuiting?’, ‘Ze moeten zich niet zo aangevallen voelen’, zijn enkele van de veelgehoorde commentaren. Maar naast die relativerende argumenten zijn ook militante en minder onverschillige stemmen te horen. Gelukkig maar. Ook aan de keukentafel komt het onderwerp ter sprake. Van een liberaal politicus wordt snel verwacht dat je vooral die vrijheid van meningsuiting te vuur en te zwaard verdedigt. En uiteraard doe ik dat ook. Waar wringt het dan? Wel… geen enkele vrijheid is absoluut en met vrijheid komt ook verantwoordelijkheid. De vrijheid je mening te uiten, hoe absurd die ook is, is een essentiële democratische waarde. Dat wil echter niet zeggen dat je geen verantwoordelijkheid draagt voor de wijze waarop je die vrijheid hanteert, noch dat die vrijheid onbeperkt is. Het aanzetten tot haat en racisme wordt bijvoorbeeld niet aanvaard in onze liberale democratie.
Maar waar ligt nu die grens? Hoe leg je dat aan de keukentafel of in de parlementsbanken uit? Wel, het karikaturiseren van bevolkingsgroepen zit snel op het randje. Je herleidt individuen tot stereotypen die het makkelijker maken hen te ontmenselijken. De gruwel van de Tweede Wereldoorlog en de systematische uitroeiing van Joden, homoseksuelen en zigeuners heeft ons geleerd hoe dat systeem van ontmenselijking werkt. Het is dus belangrijk er alert voor te zijn.
En hoe zit het dan met satire? Met humor? Ook die kan tot ontmenselijking leiden. Onder het mom van humor kunnen evengoed angst en haat opgepookt worden, het is alleen beter gemaskeerd. ‘Aalst Carnaval wortelt in een omkeringsritueel’, is wat we vaak horen. Klinkt begrijpelijk. Voor één dag mag de draak gestoken worden met het gezag, worden de machtigen onmachtig en omgekeerd. Ik zou zeggen dat dat uitermate gezond is in een liberale democratie: de macht en de gevestigde waarden in vraag stellen. Dat versterkt net die liberale democratie en is ook voor die machtigen een moment om even stil te staan bij hun positie. Een reflectiemomentje als het ware. Als op zo’n moment echter, zonder aanleiding of referentie aan dit ritueel, karikaturen van stal gehaald worden die er net voor gezorgd hebben dat een groep medeburgers gemarginaliseerd werd in het verleden, dan lijkt me dat die dunne grens overschreden wordt. Zeker als dan ook nog de dialoog met diegene die geschoffeerd worden, problematisch wordt. Dan kan ik ook niet anders dan dat een brug te ver vinden. Met Genocide lachen, dat snapt en zegt iedereen, dat doe je niet. Maar met de beelden en karikaturisering lachen die rechtstreeks tot Genocide hebben geleid, dat lijkt me toch ook een probleem.
Bedenkingen als: ‘Ach meneer, laat ze daar in Aalst maar doen, dat is daar een beetje speciaal’, of ‘Die van buiten Aalst moeten niet gaan zeggen wat we hier mogen of niet mogen’, heb ik ook veel gelezen en gehoord. Is het een zuiver lokale onbeduidende aangelegenheid? Denken dat “what happens in Aalst, stays in Aalst” is natuurlijk oeverloos naïef of negeert de sociale mediarealiteit van vandaag. Net als de popverbranding in Kroatië. Dat her en der haatbeelden binnensijpelen in lokale folklore moet ons wel degelijk zorgen baren.
Tradities zijn een gewoonte en een gebruik, die zijn relatief. Waarden zijn dat niet. En wanneer die waarden in de loop der jaren bijgesteld worden, en gelukkig gebeurt dat, dan heet dat vooruitgang, dan moeten die tradities volgen. Wanneer we dus als maatschappij de uitroeiing van de Joden verwerpelijk vinden, wanneer we haatzaaierij aannemen als grens van de vrije meningsuiting, wanneer we de vrijheid om te kiezen wie je liefhebt en met wie je huwt als een recht omarmen, dan is het logisch dat tradities volgen en zich niet terugplooien.
Als liberaal, maar evengoed als burger in een liberale democratie, is het een plicht te blijven strijden voor de vrijheid van eenieder in een kader waar iedereen vrij kan zijn, én blijven. En dan is het soms belangrijk om een lijn te trekken. Voor mij loopt die hier. Poppen verbranden die de vrijheid van partnerkeuze belichamen, kan niet. Bevolkingsgroepen stereotyperen kan, allicht, maar niet wanneer het in plaats van de standen op de korrel te nemen, de kiemen zaait voor haat tegen bevolkingsgroepen.
Ik kan niet anders dan vaststellen dat vandaag een aantal liberale democratische waarden minder evident zijn. De voorvallen rond Carnaval tonen dat we de strijd voor, en het debat over tradities en waarden ten gronde moeten voeren, van A tot Z maar vooral met elkaar, om te vermijden dat er voor elke letter van het alfabet dergelijke of ergere conflicten ontstaan.