Menu

Versterk de democratie: verklein de kabinetten

20 dec Versterk de democratie: verklein de kabinetten

“In de Kamer werkt wel 500 tot 600 man, dat is wel héél véél”. Aan het woord was Stavros Kelepouris, politiek journalist bij De Morgen in de aflevering van De Afspraak op Vrijdag op 15 december 2023 . Zijn gespreksgenoten knikten instemmend. Tegelijk zou er even instemmend geknikt worden wanneer je zegt dat parlementsleden te weinig, of zelfs amper, impact hebben. En daarmee dus ook de stem van de burger.

Vet politiek apparaat

Het hoeft geen betoog: De politiek, regeringen, parlementen, partijen, zitten wel erg vet in het vlees. Althans, we zijn het met zijn allen zo vaak gaan zeggen, dat het de consensus lijkt te zijn. Als parlementslid met intussen 16 jaar op de teller, wil ik daar toch een belangrijke kanttekening bij maken.

Onze partijen worden beter gefinancierd dan de meeste andere Europese partijen. Om niet te zeggen: overmatig. Met de gekende gevolgen: waanzinnige uitgaven op sociale en andere media. Onze partijen geven zelfs méér uit in een niet-verkiezingsjaar, dan in andere landen tijdens de verkiezingscampagnes wordt uitgegeven. Het wordt zelfs nog gekker: sommige partijen geven meer geld uit wanneer het géén verkiezingen zijn, dan wanneer we wél in campagnemodus zijn. Want tijdens die campagnes geldt er een uitgavenplafond. Zelfs dan kan het nog niet op, met beleggingen en vastgoedinvesteringen tot gevolg.

We weten ook allemaal dat onze ministers bijgestaan worden door kabinetten. Meer kabinetten en grotere kabinetten dan elders. De Vlaamse regering heeft dat, van al onze regeringen, het meest aan banden gelegd, met herhaaldelijke inkrimpingen. De realiteit blijft dat onze Vlaamse kabinetten wel erg sterk bestaft zijn. In voltijdse equivalenten ligt het maximum nu op een goeie 300. Afgelopen vrijdag, 20 december 2023, besliste de Vlaamse regering bovendien om daarin te gaan rationaliseren: in plaats van elke minister zomaar gelijke aantallen toe te kennen, zou het aantal kabinetards gaan afhangen van de beleidsdomeinen van die minister. Zware departementen, méér ondersteuning. Een logische ingreep.

Parlementen: magere papieren tijgers

Daarmee verandert dezelfde scheefgegroeide situatie helaas niet. Dat zit zo: de kiezer verkiest parlementsleden. Formeel blijven zij de eerste macht van ons land, de wetgevende en controlerende macht. Maar met amper een kwart van de Vlaamse wetgeving die afkomstig is uit het Vlaams Parlement, of maar zo’n 1,37% van de parlementaire initiatieven die om wetgeving gaan (tussen 1995 en 2022), is de realiteit wel even anders.

Misschien is de controle dan wel sterk? Sinds 1995 nam het aantal schriftelijke vragen met een factor twaalf toe. Het aantal mondelinge vragen ging maal acht. Durven we zeggen dat die parlementaire controle vandaag dan zoveel beter is? Klopt het parlement dan zo hard op tafel dat de regering ook echt op haar plaats wordt gezet? De realiteit is dat dat regeringen onze parlementen steeds meer domineren en dat weten we.

Het hoeft zelfs niet te verbazen. Met een klein leger aan kabinetards, en daarnaast nog zo’n 29.000 ambtenaren (eind 2022), moeten de parlementsleden een heel groot apparaat controleren. Komt daar nog bij dat niet alleen wetgeving steeds complexer wordt, onze samenleving en overheid werden dat ook. Een parlementslid geeft ter beschikking … 1 administratieve medewerker. U leest het goed. Daarnaast zijn er nog een aantal fractiemedewerkers, die voor hun partij voor inhoudelijke ondersteuning zorgen.

Intussen is ook duidelijk dat veel partijen die medewerkers nog afleiden naar de partijhoofdkwartieren. Niet alleen de fractiemedewerkers, het gaat soms zelfs om die enige medewerker die een parlementslid heeft. Met andere woorden: partijen en regeringen worden erg sterk ondersteund. Voor een parlementslid blijven alleen, ach ja, de kruimels over.

Hervormen én besparen: het kan

De oplossing ligt voor de hand. Stel dat we de Vlaamse kabinetten zouden reduceren tot zo’n 8 kabinetards per minister, dan zouden we élk parlementslid een extra medewerker kunnen geven en nòg een koppenbesparing van zo’n 100 VTE realiseren. Zo lossen we twee problemen in ons politiek systeem n één klap op: parlementsleden die te afhankelijk zijn van zowel regering als partij én een soberder overheidsapparaat. De voorwaarde is dan wel dat parlementaire medewerkers niet langer afgeleid kunnen worden naar de partijhoofdkwartieren. Daarmee bieden we parlementsleden de ondersteuning, de onafhankelijkheid, die hun functie eist.

Doen die kabinetards dan geen belangrijk werk? Uiteraard wel. Meer zelfs, ik heb in mijn hele carrière ook bijna alleen maar overwerkte kabinetards ontmoet. Het werk dat zij doen hoort echter vaak niet thuis in een regering. Ofwel zijn dat taken die thuishoren bij de administratie van de overheid (die 29.000 VTE’s), ofwel gaat het om puur politieke onderhandelingen en beslissingen die eigenlijk thuishoren bij de eerste macht, het parlement.

Het geleidelijk afbouwen van kabinetten en de rationalisering die de Vlaamse Regering nu toepast zijn logische stappen binnen het bestaand systeem. Ons politiek apparaat is dus niet enkel aan rationalisering maar ook aan hervorming toe. Een hervorming die ervoor zorgt dat de stem van de burger terug meer impact krijgt. En dat doe je door parlementsleden terug meer impact te geven.